Skip to content

Frank Stegers Tuinontwerpburo

Frank Stegers

Tuinontwerpburo

Hamerhoeve 15
5708 TN Helmond
T : 0492 66 49 39
G : 06 147 946 93
info@frankstegers.nl

Beplantingsplan
Beplantingsplan

Ontwerpen gaan vrijwel altijd vergezeld van een beplantingsplan. Opdrachten tot het opstellen van enkel een beplantingsschema behoort ook tot de opties. Maar andersom, dus het niet meeleveren van een doordacht plantenplan staat mij eigenlijk tegen. In die zin is een beplantingsplan een ontwerp binnen een ontwerp, een plan binnen een plan.
En dus een stukje meerwaarde want planten (van bodembedekkers tot bomen) zijn niet ondergeschikt aan het ontwerp. Sterker nog, ze zijn vaak aspectbepalend. Mijn insteek is zonder tenietdoen aan de eisen en wensen; de juiste plant op de juiste plaats. Waar bij onze westerburen zeer inventieve en innovatieve ideeën het daglicht zien wordt m.n. bij onze oosterburen op het beplantingsfront behoorlijk aan de weg getimmerd. Hierin ga ik mee.

*klik hier voor bijlage opzet beplantingsplan

Als tuinbezitter bepaal je, zonder dat je het misschien weet, zélf voor een belangrijk deel het type planten voor je tuin. Zonder al te veel namen te noemen. In deze fase weten we namelijk al wat voor sfeer de tuin moet uitstralen. De ontwerpstijl is bij de schetsfase al ter sprake gekomen. Groeiplaatsfactoren zijn bijna altijd ook obligaat. Wij bepalen die niet, tenzij we een misschien toch al overbodige beregeningsinstallatie dagelijks laten sproeien. Buiten verkwisting van grond- of leidingwater creëer je dan zelf een onnatuurlijke situatie. En bedenk; “de natuur bepaalt”.

Ook hecht ik waarde aan eventueel te handhaven planten. Een eigenlijk net iets te dominante noteboom die een erfstuk van een familielid is, of een groep gekregen hosta’s van een vriend.

*klik hier voor overige wijsheden/bepalingen/voorwaarden en tips m.b.t. beplantingen

 
Opzet
  1. Wat zijn je wensen/eisen, voorkeuren welke uitstraling moet de beplanting hebben?
  2. Groeiplaatsfactoren altijd in acht nemen (juiste plant op de juiste plek).
    • zon/schaduw/halfschaduw
    • grondsoort (zo min mogelijk kunstgrepen)
    • zuurgraad
    • nat/droog
    • microklimaat/ niches
    • concurrentiekracht
    • (gebruik Siebercode of Hanssen/Müssel)(bondgenoten zoeken)
  3. Ansluiten bij stijl en sfeer. E.e.a. hangt af van ontwerp, woning, omgeving.
    • formeel
    • informeel
    • wild (naturalistisch)
    • klassiek
    • modern
    • strak
    • minimalistisch
    • stilistisch

  4. Dan opnieuw naar eerste wensen/eisen kijken.
    • keuzes maken, strepen (kunst van het weglaten)
    • eventueel thema kiezen of inspiratiebron zoeken
    • kijk naar woning en omgevingsfactoren
    • tuin onderdeel van landschap
    • geleend landschap
    • afzonderlijke tuin


SOORTEN BEPLANTING

  • TOONZETTERS bijv. bomen, solitaire heestersMASSA vlakken van minstens manshoge heesters/hagen/vaste planten
  • SOLITAIRS grotere (architectorale) planten
  • BODEMBEDEKKENDE PLANTEN ruim begrip, zo'n beetje de rest
  • ACCENTEN


BEPLANTINGSTYPEN (strategien)(naar Borchardt)

BEPLANTING VAN EEN SOORT

monotoon, uit vormgeversdrang, voor luie mensen, wel onderhoudsarm, vaak uit   onwetendheid, resultaatgevend, hier kunnen accenten (bijv. in bodembedekkers) e.e.a. verlevendigen

GESTRUCTUREERDE VLAKVERDELING

formeel, blokpatroon, geometrische vlakverdeling, golfbewegingen, aaneenrijging van soorten, vaak in openbaar groen, soms goed passend; robuuste blokken in architecturale (stedelijke) omgeving, traditionele opzet van combinaties

PLANTENMOZAIK

vlekken (relatief klein formaat) van steeds een andere soort, al een natuurlijker karakter en een minder vast patroon met herhaling van soorten

KERNGROEPEN IN LAGE ONDERGROEI

herhaling van harmonieuze composities met daartussen verbindende bodembedekking, minder stringent zeker als je wisselt met samenstelling en aantallen van soorten binnen de groepen

MENGBEPLANTINGEN

mix van verschillende soorten (van 2 tot meer dan 20), gaat voorbij aan regels van vlakverdeling, groepsopbouw, hoogteverdeling ed.= op de standplaats geënt (groeiplaatsfactoren, Siebercode) evt. met een of meerdere aspectbepalende basisplanten, aantallen als afgeleide van percentages, zelfregulerend, esthetisch en harmonieus geheel, vaak droogteresistent, bijv "silbersommer", "präiriemorgen

BIOTOOPBEPLANTING (HABITATBEPLANTING)

soortkeuze op basis van gelijke groeiplaatseisen en concurrentiekracht, juiste plant op de juiste plaats (wel uitheemse soorten toegestaan), naturalistisch, aanleg is simpel, onderhoudsextensief (wel kennis van planten), 5 categoriën; solitairen, structuurplanten, vul/weefplanten, bodembedekkende- en strooiplanten (1-jarigen en bollen), vaak gebruikmakend van standplaatstrouwe (langlevende) naast expansieve planten (kortlevend en vaak uitzaaiend)(Hansen)


4 Punten doorlopen? dan 1 geschiktheidslijst maken
2 beplantingsplan/schema maken op schaal
3 bestellijst opstellen, concessies beperken/bespreken, manko’s
uitstellen

 
Wijsheden/bepalingen/overige voorwaarden en tips
  • budget
  • tijd en ruimte (maat plant?beschikbare ruimte)
  • functie van de beplanting (kijk, beleef, begeleidend, gebruik, defensief)
  • zorg voor houvast (vaste constanten)
  • evt zijn die ontwerpbepalend (div. knipvormen als architectuurplanten)
  • zorg voor rustposities, niet alles fleurig/flamboyant (balans) (gras, bodembedekkers)
  • let op juiste verhoudingen in grootte van de groepen (in relatie met opp.)
  • plafondwerking inbouwen als die er nog niet is
  • less is more-begrip relativeren
  • bloeitijd/sierwaardeperiode spreiden
  • gebruik hoogtecontrasten (dieptewerking)(let op evenwichtige verhoudingen van de diverse massa’s)
  • gebruik plantvormcontrasten (opgaand, breed spreidend, los(grassen)
  • gebruik bladvorm- en textuurcontrasten
  • varieer met bloemvormen (scherm, knoop/bol, aar, pluim, filter en composiet)
  • denk ook aan diverse tinten “groen”(m.n. in een groene tuin)
  • bloemkleur als laatste (sterk contrast evt. complementair, zwak contrast, harmonie)
  • zeker niet te veel contrast (m.n. in kleur) (overstimulatie van het oog)
  • herfstkleuren (blad en bessen)
  • vergeet het winterbeeld niet (takken, grassen, zaaddozen, “droogbloemen”)
  • oplichtende planten voor donkere hoeken (bijv. wit en blauw)
  • zonlichtsuggerende planten
  • warme kleuren voorin dan wel achterin (resp. in lange en ondiepe tuinen)
  • idem voor blad- en plantgrootte (vergelijk bijlage Groei en Bloei april 06)
  • (na)zomerbloeiende vaste planten voorin, vroegbloeiers in midden of achter
  • planten voor beweging
  • geurplanten
 
“Groen beton" contra naturalistische beplanting

Groen beton

  • alles formeel
  • alles beheerd, gewassen en geschoren
  • te klinisch
  • geen of weinig dynamiek, wel statig
  • sober en stilistisch maar wel exclusieve uitstraling
  • geen ruimte voor (avi)fauna
  • woning kan er om vragen

Naturalistisch
gebruik van planten die een natuurlijk karakter of uitstraling hebben

  • beplantingsplannen die gebaseerd zijn op de natuur
  • in meer of mindere mate met een ecologische grondslag
  • inheemse soorten en daarvan afgeleide cultivars
  • tuin en dus de planten in aansluiting met omgeving m.n. bodem;
  • overlevingsstrategieën (concurrenten, stresstolerante- en pionierplanten)
  • gesloten grondbalans (grondverbeteren mag o.a. humus, scherp zand)
  • gelaagde begroeiing
  • geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen

ONTHOUDT:

Een tuin en daarmee de beplanting is voortdurend in ontwikkeling. Een eindresultaat bestaat eigenlijk niet. Het is altijd een proces. Een nieuwe tuin na oplevering of voltooiing zal kaal zijn. Het heeft geld en middelen gekost maar er is geen reden voor een spectaculaire opening of inwijdingsfeest. Als laatste geldt dat  ELKE tuin (ook een tuin die je helemaal bestraat) onderhoud nodig heeft, daarmee valt of staat de kwaliteit.